hands

 

         

Start

NEI

Integra

Bach Bloesem

Levend bloed analyse

Meditherm

Healing/Labyrint

Begeleiding

Voor wie?

Consult/Contact

Intake formulier

Reacties

Nieuwsbrief

Links


Linkedin

Facebook

 

Media

HPV en baarmoederhalskanker volgens de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken
De Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken heeft de jaarlijkse prijs gekregen van de Vereniging tegen de Kwakzalverij die de NVKP verantwoordelijk acht voor het mislukken van de inentingscampagne tegen baarmoederhalskanker. Vitals las het dossier HPV (Humaan Papilloma Virus) van de NVKP en hieronder treft u integraal een passage uit dit ons inziens evenwichtige dossier.

De snelheid waarmee het vaccin op de markt is gezet, dient naar de mening van de NVKP slechts een commercieel belang. Het wetenschappelijk debat is nog open waarbij de relatie tussen het HPV virus en het ontstaan van baarmoederhalskanker voor veel wetenschappers nog niet overtuigend is aangetoond. In 1/3e deel van de baarmoederhalskankergevallen is er geen relatie met de HPV typen 16 en 18 uit het vaccin en ook is er nog geen eensluidend bewijs dat HPV de werkelijke veroorzaker is van baarmoederhalskanker. In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van half september 2008 is een commentaar verschenen van vijf vooraanstaande wetenschappers, vanuit de hoek van de epidemiologie, sociale geneeskunde en gynaecologische oncologie. In het commentaar met de titel “Onvoldoende gronden voor opname van vaccinatie tegen Humaan papillomavirus in het Rijksvaccinatieprogramma”, wordt het advies van de Gezondheidsraad over HPV-vaccinatie ter discussie gesteld. Aan de hand van de 7 criteria die de Gezondheidsraad hanteert bij de beoordeling van een vaccin, komen deze onderzoekers tot de conclusie dat aan 5 van deze 7 criteria niet of niet volledig wordt voldaan. Welke criteria waren dat?

1. Ernstige ziekte die veel voorkomt?
Het eerste criterium is of het wel gaat om een ernstige ziekte die veel vrouwen treft. De Gezondheidsraad stelt van wel, maar de deskundigen tonen aan dat het om een zeldzame ziekte gaat. Zeker een ernstige ziekte, want in Nederland zijn in 2007 204 vrouwen aan baarmoederhalskanker overleden. Uit onderzoek was al eerder bekend geworden dat ongeveer de helft van deze vrouwen niet heeft meegedaan aan het bevolkingsonderzoek. Dit bevolkingsonderzoek is de reden waarom baarmoederhalskanker in Nederland zo’n zeldzame ziekte is. Bovendien daalt het aantal vrouwen dat momenteel overlijdt aan deze vorm van kanker in Nederland nog altijd. Het bevolkingsonderzoek zal binnenkort nog verder worden verbeterd. Er zijn namelijk goede ervaringen opgedaan met een eenvoudige test die een besmetting met HPV kan aantonen. Ook zonder vaccin zal baarmoederhalskanker dus in de toekomst minder vaak optreden.

2. Effectief?
Het tweede criterium is of het vaccin wel effectief is. Dit vond de Gezondheidsraad moeilijker te beantwoorden. Er is namelijk een groot probleem. Er is momenteel nog geen enkel geval van baarmoederhalskanker voorkomen door het vaccin. Dit heeft te maken met de tijd die er verstrijkt tussen een besmetting met HPV en het optreden van de kanker. Deze periode ligt tussen de 10 en 15 jaar. Het vaccin is nog maar 6 jaar onderzocht. Er is dus alleen maar hoop en geen enkel wetenschappelijk bewijs. Een ander probleem is dat men niet weet of na verloop van tijd een herhalingsvaccinatie noodzakelijk is. Bij de berekeningen van de Gezondheidsraad is men ervan uitgegaan dat vrouwen rond hun 30ste nog een keer moeten worden gevaccineerd, maar zij erkent dat dit niet is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De wetenschappers stellen dat de Gezondheidsraad wel erg optimistisch is. Bovendien leggen de wetenschappers de vinger op een andere zere plek. Het vaccin is uitgetest op vrouwen in de leeftijdscategorie van 16 tot 26 jaar. Men wil het nu aanbieden aan meisjes van 12 jaar. Het zou heel best kunnen dat deze jonge meisjes die nog volop in ontwikkeling zijn, wel eens anders zouden kunnen reageren op het vaccin en dat het voor deze leeftijdscategorie dus minder effectief is. Tot slot zou de effectiviteit negatief kunnen worden beïnvloed doordat andere typen HPV hun kans schoon zien om een vorm van baarmoederhalskanker te veroorzaken. Dit zogenaamde ’Type replacement’ is een bekend verschijnsel dat zeer regelmatig voorkomt. We komen dan dus van de regen in de drup. De epidemiologen waarschuwen ook dat er rekening moet worden gehouden dat het percentage gevaccineerde vrouwen dat meedoet aan het bevolkingsonderzoek lager kan uitvallen, omdat ze ten onrechte er vanuit kunnen gaan voldoende te zijn beschermd tegen baarmoederhalskanker. Het Nederlands Huisartsen Genootschap schreef in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van november 2008 een artikel met dezelfde waarschuwing.

3. Veiligheid
De Gezondheidsraad kwam tot de conclusie dat er geen ernstige bijwerkingen waren van het vaccin. Dit ondanks dat de delegatie van de NVKP de Gezondheidsraad er op heeft gewezen dat er vanuit Amerika vele duizenden rapportages zijn ingediend van reacties na vaccinatie met Gardasil. In het artikel stellen de epidemiologen dat ook eventuele zeldzame ernstige bijwerkingen consequenties zouden moeten hebben bij de afweging van de risico’s en baten omdat baarmoederhalskanker ook een zeldzame ziekte is. Voor de wetenschappers was het gebrek aan kennis over de reacties van het vaccin op jonge meisjes één van de belangrijkste redenen om te pleiten voor nader onderzoek in deze doelgroep voordat het in het RVP (Rijks Vaccinatie Programma) zou worden opgenomen. Zij sluiten niet uit dat 12-jarigen wel eens anders kunnen reageren dan de groep vrouwen van 16 tot en met 26 jaar van de testgroep.

4. Aanvaardbaarheid van de vaccinatie?
De Gezondheidsraad komt in haar advies tot de conclusie dat HPV-vaccinatie niet leidt tot onevenredige belasting. Maar stelt zij, voorwaarde is wel dat de beperkt beschikbare gegevens over de effectiviteit en de veiligheid bevestigd worden in noodzakelijk vervolgonderzoek.

5. Aanvaardbaarheid binnen het gehele vaccinatieprogramma?
Ook hierbij komt de Gezondheidsraad tot het oordeel dat een extra vaccin niet leidt tot grote problemen. Volgens de Gezondheidsraad zou het wellicht mooi zijn de prik te combineren met een vaccin tegen hepatitis B. Onder de voorwaarde dat wordt onderzocht of die twee wel kunnen worden gecombineerd.

6. Doelmatigheid?
Bij de doelmatigheid spelen de kosten een rol. De Gezondheidsraad heeft laten uitrekenen wat het vaccin kost en welke kosten je kan uitsparen als vrouwen geen baarmoederhalskanker zouden krijgen. Daarbij wordt er van uitgegaan dat vaccinatie zal leiden tot een halvering van het aantal ziektegevallen en het aantal doden. Vanzelfsprekend is deze uitkomst gebaseerd op rekenmodellen en niet op harde feiten. En omdat de effectiviteit van het vaccin nog niet bekend is, net zo min als de kosten, is eigenlijk alleen de conclusie mogelijk dat hierover nog niets valt te zeggen. De Gezondheidsraad erkent dat de balans niet erg gunstig is, maar geeft toch een positief advies.

7. Prioriteit
De Gezondheidsraad stelt dat vaccinatie van meisjes een urgent volksgezondheidsbelang dient. De wetenschappers stellen in hun artikel dat aan dikkedarmkanker jaarlijks 4500 mensen sterven en dat er een eenvoudige screeningsmethode is. Opname hiervan in het bevolkingsonderzoek zou kosteneffectiever werken dan screening op borst- of baarmoederhalskanker. Er loopt een aantal onderzoeken, maar op deze onderzoeken wordt niet vooruitgelopen, terwijl eerdere onderzoeken het voordeel al duidelijk aantonen. Terecht stellen zij dan ook de vraag waarom er nu zoveel haast wordt gemaakt met de invoering van het HPV-vaccin. De eindconclusie van deze groep wetenschappers is dat de invoering van HPV-vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma per september 2009 onwenselijk is. De Gezondheidsraad heeft zeer summier gereageerd op het artikel. Zij stelt dat de auteurs de bestaande onzekerheden anders wegen dan de commissie in haar advies. In het Financieel Dagblad van 5 september ’08 verscheen een reactie op de voorpublicatie van het bovengenoemde artikel van prof. H. Schellekens. Ook hij vindt het besluit van de minister om het HPVvaccin in het RVP op te nemen veel te voorbarig.
Het Tv-programma Zembla van 19 oktober 2008 was ook geheel gewijd aan het HPV-vaccin. In dit programma kwamen onder andere aan het woord mw. prof.dr.ir.F.E.van Leeuwen, epidemioloog, verbonden aan het Nederlands Kankerinstituut en prof. H. Schellekens, lid van het college ter beoordeling van geneesmiddelen. Prof. van Leeuwen is één van de auteurs van het eerder genoemde artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Zij maakten duidelijk dat leden van de betreffende commissie van de Gezondheidsraad financiële banden hebben met GSK (GlaxoSmithKline). Hierdoor is er op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling ontstaan. Dit werd door de voorzitter van de commissie van de Gezondheidsraad en de minister ontkend. De banden met de fabrikant waren bekend en er wordt niet getwijfeld aan de deskundigheid en onafhankelijkheid.
bron: www.nvkp.nl

 

Krantenartikel Noordhollands Dagblad van woensdag 12 november 2008.

Klik hier voor het hele artikel.